Kort antwoord: IPv4-adressen zijn schaars en duur, en de meeste verspilling zit niet bij de gebruikers maar in hoe hosters hun netwerk inrichten. Wij pakken dat aan twee kanten aan: elke VPS krijgt een gerouteerde /32 — één adres, volledig bruikbaar, zonder de drie adressen overhead die een klassiek subnet kost — en wie geen IPv4 nodig heeft, draait bij ons IPv6-only. Zo blijven adressen beschikbaar voor servers die ze echt nodig hebben, en betaal je niet mee aan adressen die niets doen.
Hieronder waarom dit nodig is en hoe het technisch werkt.
IPv4 is niet "bijna op", het is op
RIPE NCC — de organisatie die IP-adressen uitgeeft in Europa — deed in november 2019 de laatste reguliere IPv4-allocatie. Wat rest is een wachtlijst: een LIR kan eenmalig één /24 (256 adressen) aanvragen uit adresruimte die terugvloeit in de pool, en daar staan aanvragers maandenlang voor in de rij. Meer of sneller nodig? Dan koop je op de tweedehandsmarkt, waar een enkel IPv4-adres inmiddels tientallen euro's kost. Dat is geen eenmalige aanschaf die je terugverdient; het is dood kapitaal dat in elke hostingprijs doorrekent.
Je kunt daar twee dingen mee doen. Doorberekenen en verder niets — of zuinig zijn op wat er is. Wij kiezen het tweede, want de rekensom hieronder laat zien hoeveel er te winnen valt.
Waar de verspilling zit: het klassieke subnet
De traditionele manier om een server een IP-adres te geven is een eigen subnet. En een gewoon subnet heeft vaste overhead: een netwerkadres, een broadcastadres en een gateway-adres. Drie adressen die je kwijt bent voordat je server er ook maar één gebruikt.
| Subnet | Adressen totaal | Overhead | Bruikbaar | Verspilling |
|---|---|---|---|---|
| /31 point-to-point (RFC 3021) | 2 | 1 | 1 | 50% |
| /30 | 4 | 3 | 1 | 75% |
| /29 | 8 | 3 | 5 | 37,5% |
| /28 | 16 | 3 | 13 | 18,75% |
| /32 gerouteerd | 1 | 0 | 1 | 0% |
Het zuinigste klassieke alternatief is een /31 point-to-point (RFC 3021): die slaat netwerk- en broadcastadres over, maar de gateway pakt nog altijd één van de twee adressen — de helft weg. Het kleinste gewone subnet is een /30, waarvan driekwart verloren gaat. Vermenigvuldig dat met duizenden VPS'en en je ziet waarom er wereldwijd hele reeksen bezet zijn zonder dat er ook maar één pakket overheen gaat.
Oplossing 1: een /32 per VPS
Daarom krijgen VPS'en bij ons geen subnet, maar een gerouteerde /32: precies één adres, en dat ene adres is volledig bruikbaar. Er is geen netwerk- of broadcastadres nodig, en de gateway leeft buiten je eigen adres — je server leert hem via een on-link route, wat je besturingssysteem of cloud-init automatisch afhandelt. Voor jou werkt het exact zoals altijd; er gaat alleen niets meer verloren.
Dit kan doordat ons netwerk een EVPN-VXLAN-fabric is: elk adres wordt als individuele host-route door het netwerk verspreid, dus een adres hoeft niet in een aaneengesloten blok bij zijn buren te liggen. Een bijkomend voordeel: verhuist je VPS naar een andere node of een ander datacenter, dan verhuist je adres gewoon mee.
Het scheelt ook aan de veiligheidskant. In een gedeeld subnet zitten klanten laag-2 bij elkaar op het segment, met alles wat daarbij hoort — ARP-spoofing, broadcastverkeer van je buren. Met een /32 per klant bestaat dat segment simpelweg niet.
Oplossing 2: IPv6-only voor wie geen IPv4 nodig heeft
De tweede vraag is eerlijker: heeft elke server überhaupt een IPv4-adres nodig? Vaak niet. Een database die alleen door je eigen applicatie wordt benaderd, een worker die queues verwerkt, een development-omgeving, een backend achter een loadbalancer of CDN — die zijn prima af met alleen IPv6. Elk groot netwerk waar je verkeer vandaan wilt halen (Google, Cloudflare, mobiele providers) spreekt al jaren IPv6.
Daarom bieden we VPS'en ook IPv6-only aan. Je krijgt een royale IPv6-toewijzing — adressen genoeg voor elke denkbare setup — en het IPv4-adres dat je niet gebruikt, blijft beschikbaar voor een server die zonder niet kan. Moet die server toch af en toe een IPv4-only bestemming bereiken, dan zijn daar nette oplossingen voor, van NAT64 tot een reverse proxy op een gedeeld adres; vertel ons je situatie en we denken mee.
En heb je later alsnog een eigen IPv4-adres nodig? Dan voeg je dat gewoon toe. Je begint zuinig en schaalt op als het moet — niet andersom.
En verder: geen slapende reeksen
Zuinig zijn stopt niet bij de uitgifte. Adressen die vrijkomen, gaan bij ons terug de pool in en niet in een la; reeksen die "voor later" gereserveerd staan, bestaan bij ons niet. En extra adressen geven we uit zoals RIPE het bedoeld heeft: op basis van daadwerkelijk gebruik, niet als bundelvulling.
Heb je zelf al adresruimte, bijvoorbeeld een eigen /24? Die neem je bij ons gewoon mee — op een VPS of in colocatie announcen we je eigen reeks. En heb je nog geen eigen ruimte maar wil je die wel, dan helpen onze LIR-diensten je aan een eigen allocatie of ASN.
Wat jij ervan merkt
Weinig — en dat is precies de bedoeling. Je VPS werkt zoals je gewend bent. Maar onder de motorkap betekent het: geen dood kapitaal in je maandprijs, adressen beschikbaar op het moment dat je opschaalt, en een hoster die niet over vijf jaar bij je aanklopt omdat de eigen voorraad op is.
IPv4 wordt nooit meer goedkoper of ruimer. De enige duurzame route is er zuinig mee zijn en de weg naar IPv6 makkelijk maken — en dat hoort gewoon bij fatsoenlijke infrastructuur, net als het netwerk zelf. Benieuwd wat dit voor jouw setup betekent? Bekijk onze VPS'en of stel je vraag via de chat.